Vanwege de coronamaatregelen was afgelopen Prinsjesdag natuurlijk anders dan andere jaren. Hoewel er door corona veel onzekerheden zijn, heeft het kabinet zijn plannen voor de komende periode bekend gemaakt. Koning Willem-Alexander opende op dinsdag 17 september 2020 het politieke jaar door de Troonrede voor te lezen. In de dagen daarna discussieerden de leden van de Tweede Kamer over de plannen die het kabinet presenteerde.

Maar wat merkt u straks van al die plannen? We zetten de belangrijkste veranderingen voor u op een rij.

Koopkrachtstijging voor de meeste huishoudens

Eén van de belangrijkste zaken in de Miljoenennota is de inschatting van de koopkracht voor het komende jaar. Dit begrip geeft aan wat u van uw inkomen kunt kopen. Ondanks de coronacrisis verwacht het kabinet in 2021 een stijging van de gemiddelde koopkracht met 0,8 %. Vooral werkenden gaan er op vooruit. Hun koopkracht stijgt met 1,2%. Volgens de berekening van het Centraal Plan Bureau (CPB) stijgt de koopkracht van gepensioneerden met 0,4% aanzienlijk minder.

Gepensioneerden met een hoog aanvullend pensioen gaan er 0,4% op achteruit. Die daling wordt vooral veroorzaakt doordat veel aanvullende pensioenen waarschijnlijk niet zullen stijgen. Wie veel aanvullend pensioen krijgt, lijdt daar relatief zwaarder onder dan mensen voor wie vooral de AOW het grootste inkomensbestanddeel vormt.

Iets lager tarief in Inkomstenbelasting box 1

In box 1 van de inkomstenbelasting wordt onder andere inkomen uit werk belast. Het tarief in de eerste schijf wordt verlaagd met 0,25 procentpunt ten opzichte van 2020 (van 37,35% naar 37,1%).

Over uw inkomsten in box 1 betaalt u tot € 68.507,-  dus iets minder belasting. Het tarief in de tweede schijf is gelijk gebleven.

De belastingschijven worden in 2021 voor personen die de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt:

Heeft u de AOW-leeftijd wel bereikt? En bent u geboren na 1946? Dan gelden vanaf 1 januari 2021 in box 1 de volgende tarieven:

Het tarief in schijf 1 bestaat uit belastingen en premies volksverzekeringen. Mensen die recht hebben op AOW betalen geen premie voor de AOW. Daarom is het tarief in schijf 1 opgesplitst in twee tarieven. In het laagste tarief is deze premie voor de AOW niet meegenomen.

Belasting over uw vermogen (box 3)

In box 3 betaalt u belasting over uw vermogen als dit hoger is dan de heffingsvrije grens. Tot uw vermogen rekent de Belastingdienst de waarde van uw spaargeld, beleggingen en eventuele tweede huis. De heffingsvrije grens wordt in 2021 verhoogd naar € 50.000,-. In 2020 was dit € 30.846,-.  Voor fiscale partners wordt de heffingsvrije grens verhoogd naar € 100.000,-. In 2020 was dit € 61.692,-.

Het tarief in box 3 wordt verhoogd naar 31%. Dit was 30% in 2020. Hierdoor gaan mensen met een kleiner vermogen minder belasting betalen.

De verhoging van het heffingsvrij vermogen en van het tarief kan gevolgen hebben voor de vermogenstoets bij veel regelingen die afhankelijk zijn van het inkomen. Dit zijn bijvoorbeeld de huurtoeslag, de zorgtoeslag, het kindgebonden budget en de eigen bijdrage van de Wet langdurige zorg.

In box 3 gelden de volgende percentages voor het vaststellen van het forfaitair rendement:

Voor fiscale partners verdubbelen de bedragen uit bovenstaande tabel.

Heffingskortingen

De algemene heffingskorting en de arbeidskorting worden extra verhoogd.

Algemene heffingskorting
De Algemene heffingskorting is een korting op uw inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. U betaalt hierdoor minder belasting en premies. Iedereen heeft recht op de algemene heffingskorting. Maar of u volledig gebruik kunt maken van deze heffingskorting, hangt af van uw leeftijd en of u het hele jaar in Nederland hebt gewoond. De algemene heffingskorting wordt in 2021 verhoogd. Mensen die inkomstenbelasting betalen en een inkomen tot € 68.507,- hebben profiteren van deze maatregel.

Arbeidskorting
De Belastingdienst houdt de arbeidskorting in op de inkomstenbelasting die u moet betalen. U krijgt dus korting op uw belasting. Iedereen die werkt heeft recht op arbeidskorting, ongeacht de hoogte van het salaris. Heeft u een werkgever? Dan houdt hij bij de berekening van de loonheffing al rekening met de arbeidskorting. De voor 2022 geplande verhoging van de arbeidskorting is een jaar naar voren gehaald. Daarom gaat deze verhoging nu al in op 1 januari 2021. Afhankelijk van de hoogte van het inkomen, varieert de verhoging van de  arbeidskorting tussen de € 122,- en € 428,-.

Wanneer kunt u met pensioen?

De AOW-leeftijd blijft gekoppeld aan de levensverwachting, maar op een andere manier. Stijgt de levensverwachting met één jaar? Dan stijgt momenteel ook de AOW-leeftijd met één jaar. Vanaf 2025 heeft een met één jaar stijgende levensverwachting het gevolg dat de AOW-leeftijd stijgt met acht maanden.

AOW-leeftijd

De AOW-leeftijd voor de aankomende periode is:

Heeft u vragen?

Heeft u vragen of wilt u meer weten over de gevolgen voor uw persoonlijke situatie? Neem dan contact op met uw financieel adviseur.