• “Een goede oude dag voor iedereen.”
  • “Het huidige pensioenstelsel is nog redelijk eenheidsworst.”
  • “Als wetgever moeten we toezicht houden, de invulling moeten we aan sociale partners overlaten.”
  • “Dat er altijd een vorm van flexibiliteit nodig is snapt iedereen, maar in Nederland is dat totaal doorgeschoten.”

Dit zijn wat quotes uit interviews die ik vlak voor de Tweede Kamerverkiezingen in maart 2021 heb gehouden met een aantal politici. We spraken met Tweede Kamerleden van de VVD, D66, CDA en GroenLinks (GL). Nu vraag je je natuurlijk af welke quote hoort bij welke partij. Zou de eerste quote van GL zijn? Zou best kunnen toch? Nee, deze was van de VVD. De andere drie werden gedaan namens respectievelijk D66, het CDA en GL.

Ik vind het interessant om aan de hand van deze interviews te zien waar de overeenkomsten liggen in de opvattingen van deze partijen als je het hebt over hun visie op- en plannen met pensioen. En uiteraard wat de verschillen zijn. Inmiddels hebben we de verkiezingen achter de rug en moet er ook weer een kabinet worden geformeerd. Nu heb ik niet de illusie dat ze daarbij pensioen als één van de hoofdthema’s zien, maar vanuit mijn vak ben ik natuurlijk benieuwd. Op welke onderdelen van het pensioendossier kunnen ze elkaar vinden en waar zitten verschillen?

Flexibiliteit
De VVD wil keuze bieden, bijvoorbeeld om langer door te kunnen werken. Ook D66 pleit voor maatwerk en goed vormgegeven eigen keuzes. Ook het CDA is voorstander van flexibiliteit, zoals deeltijdpensioen en eerder of later met pensioen gaan. Dit geldt ook voor D66 op basis van, zoals zij het zeggen, positieve keuzes door de deelnemer. De VVD stelt voor de AOW twee jaar later in te mogen laten gaan. GL vindt echter dat we zijn doorgeschoten qua flexibiliteit in Nederland. Keuzes maken; daar zitten de meeste deelnemers volgens GL niet op te wachten. Dit terwijl D66 juist stelt dat de interesse in pensioen zal toenemen als mensen kunnen kiezen en ook steeds meer gewend zijn om te kiezen. Volgens GL staat meer flexibiliteit gelijk aan meer kosten.

Verplichtstelling
Een vrije markt zonder verplichte aansluiting bij een pensioenfonds maar meer keuzemogelijkheden voor deelnemers qua uitvoerder. Dit vindt de VVD een logische keuze op lange termijn. GL vindt het prima zoals het nu is.

Beleggingsbeleid
D66 stelt dat de invloed van deelnemers op het beleggingsbeleid moet worden vergroot. GL wil echter geen keuze bij deelnemers voor bijvoorbeeld duurzaam beleggen, maar vindt dat dit van bovenaf verplicht moet worden. 

Premievakantie
Omdat er zowel mensen zijn die te veel als te weinig pensioen opbouwen ten opzichte van hetgeen ze willen, wil D66 premievakantie mogelijk maken om zo eenheidsworst te voorkomen. Ook de VVD pleit voor een premievakantie, bijvoorbeeld tijdens het spitsuur van het leven.

Zzp’ers
De VVD is logischerwijs voorstander van fiscaalvriendelijke mogelijkheden voor de zzp’er om pensioen op te bouwen. Bij het bieden van keuzevrijheid is een bepaalde vorm van advies zeker nodig, volgens de VVD. Dit zal adviseurs aanspreken! Het CDA is echter voorstander van minder fiscale voordelen voor deze groep. Dit om een gelijk speelveld te creëren tussen zzp’ers en werknemers. GL wil het zzp’ers zo makkelijk mogelijk maken om pensioen op te bouwen. Hierbij is een verplichtstelling het ideaalplaatje.

Nieuw kabinet
Qua ideeën over pensioen liggen er best veel overeenkomsten tussen VVD en D66. Dat is hoopvol als we kijken naar de aanstaande formatie. Gezien de uitslag van de verkiezingen lijken zij toch samen de kar te gaan trekken. Ik denk dat ze op het gebied van pensioen er met het CDA ook prima uit zullen komen. Van de vier partijen waarmee ik sprak, is GL toch wel de vreemde eend in de bijt. En dit is natuurlijk geen verrassing. Echter, met de huidige verkiezingsuitslag in de hand lijkt me een deelname aan het kabinet van GL niet te verwachten. Stel, de ChristenUnie voegt zich toe als vierde partij, dan kan de coalitie rekenen op 78 zetels en kunnen we verder met het huidige pensioenakkoord.